Slotmoment lokaal bondgenotennetwerk

Dinsdagmiddag 24 februari kwamen een 35-tal mensen samen om te luisteren naar de bevindingen uit het tweejarig project ‘Lokale Bondgenotennetwerk’.  Verschillende organisaties en diensten waren aanwezig: SAM vzw, AMAL, De Link, HoGent, Netwerk Tegen Armoede, Kras, Enchanté … We overliepen eerst hoe het project verlopen was, daarna een panelgesprek, gevolgd door twee dialoogtafels. Als afsluiter konden we napraten met een hapje en drankje.

INTRO EN PANELGESPREK

Esther dompelde de aanwezigen onder in het wat, waarom en hoe van ons tweejarig Lokale Bondgenotenproject. Ze vertelde over wat we wilden bereiken met het project, wie de partners waren, en hoe we het project hebben opgebouwd.

ERVARINGSKENNIS CENTRAAL

Dit project heeft de focus op ervaringskennis. We wilden kennis van jonge ouders uit Nieuw Gent, naar boven halen rond de vier thema’s: welzijn, onderwijs, vrije tijd en leefbaarheid.  

In het eerste jaar lag de focus op ‘ervaringskennis via individuele gesprekken’. Deze soort kennis ontstaat door reflectie op de eigen ervaringen en is aanvullend op professionele kennis. We organiseerden Beleidsbabbels in de wijk rond de vier thema’s. Met de resultaten uit deze babbels gingen we aan de slag in de stuurgroep: welk signaal had welke opvolging nodig?

Tijdens het tweede jaar hebben we een groepswerking opgestart met mama’s uit Nieuw Gent, over ‘zonder zorgen kind zijn in Nieuw Gent’. Hier verzamelden we ‘collectieve ervaringskennis’: individuele ervaringskennis wordt gespiegeld en verrijkt met vergelijkbare kennis van anderen. Het voordeel van langer over onderwerpen te praten in groep, is dat we het ook kunnen hebben over mogelijke oplossingen en aanbevelingen naar het beleid toe. 

Meer over de opzet van het project vind je hier

STERKTE = WERKEN OP KRUISPUNTEN   

We merkten gaandeweg dat we op verschillende kruispunten aan het werk waren. Niet alleen door te werken met een stuurgroep met verschillende kruispuntwerkers, maar ook door te werken op verschillende maatschappelijke kruispunten. De kruispuntwerkers in de stuurgroep waren de Brede School-coördinator, de opgroeicoach, een opgeleide ervaringsdeskundige in armoede en uitsluiting, de coördinator van Inloopteam Nieuw Gent, de sociale wijkregisseur en de medewerkers van de Zuidpoort. Alles wat we verzamelden vanuit ervaringskennis werd in deze stuurgroep besproken en omgezet in acties, wanneer nodig en haalbaar. Alle expertise aan tafel zorgde ervoor dat we gehoorde signalen ‘een nest konden geven’ en via de juiste kanalen konden opvolgen of omzetten in doelgerichte acties.

Doorheen het project merkten we dat we werkten op verschillende maatschappelijke kruispunten die het project een extra boost gaven: het kruispunt middenveld – administratie bijvoorbeeld, of het kruispunt wijk- stad…  Wat deze kruispunten zijn en hoe we deze ervaarden in dit project lees je in ons uitgeschreven model.

PANELGESPREK ROND ERVARINGSKENNIS

In het panelgesprek dat volgde gingen we dieper in op bovenstaande bevindingen rond ervaringskennis en het werken op kruispunten. We wilden de aanwezigen vanuit verschillende perspectieven en ervaringen een inkijk bieden in het gelopen traject. 

– Lien Baes, dienst beleidsparticipatie Stad Gent, lichtte toe hoe zij vond dat het project door de verzamelde ervaringskennis, een grote meerwaarde biedt aan stadsbeleid. 

– Bianca, opgeleide ervaringsdeskundige in armoede en uitsluiting, gaf inkijk in hoe zij haar ervaringsdeskundigheid heeft ingezet en waar die het verschil maakte tijdens de verschillende fases van de beleidsbabbels en in de stuurgroep. 

– Shirav, een mama die in de buurt woont, deelde met het publiek waarom zij het belangrijk vond om mee te doen in onze groepswerking. 

DIALOOGTAFELS

Na de pauze verdeelden we ons in twee dialoogtafel, om expertise uit te wisselen en elkaar te inspireren:

  1. Ervaringskennis vanuit individuele gesprekken
  2. Collectieve ervaringskennis vanuit groepswerking

ERVARINGSKENNIS VANUIT BELEIDSBABBELS

Deze dialoogtafel ging verder in op het werken met beleidsbabbels als manier om individuele ervaringskennis boven te halen. We toonden een aantal concrete werkvormen en vertelden hoe ons sociaal onthaal eruit ziet. Daarna gingen we met de deelnemers in gesprek over hoe ervaringskennis wordt ingezet in de eigen praktijk. Verschillende organisaties doen dit onrechtstreeks door memoranda / bundels (waarin ervaringskennis wordt verwerkt) te lezen, of een vorming te volgen bij een opgeleide ervaringsdeskundige.

Andere organisaties rond de tafel luisteren rechtstreeks naar mensen met armoede ervaring. Of zetten zelf een opgeleide ervaringsdeskundige in, of werken met ambassadeurs die spreken uit eigen ervaring, zoals AMAL doet. 

Ook het werken op kruispunten werd herkend door verschillende aanwezigen. Hier werd het verschil in tempo tussen ervaringen in een wijk en de werking van diensten aangehaald, dit tempo kan tot frustraties leiden bij bewoners. Omgekeerd is het ook niet altijd helder voor bewoners dat diensten wél aan de slag gaan met ervaringen vanuit bewoners. 

Kwantitatief versus kwalitatief werken kwam ook aan bod. Iets grondig bespreken met mensen die armoede of sociale uitsluiting ervaren, vergt tijd en methodieken op maat. Tegelijk wordt er soms makkelijker geluisterd naar cijfers en statistieken dan naar quotes en ervaringen. 

We gingen ook in gesprek over de drempels die organisaties tegen komen om met ervaringskennis aan de slag te gaan. Veel deelnemers hadden het over weerstand binnen de organisatie om dit te doen. Omwille van tijd, omwille van het gevoel “we kennen dit al”, omwille van de boodschap die vervat zit in de ervaringskennis. Er is een groot contrast tussen de systeemwereld en de leefwereld, een link hiertussen maken is moeilijk. 

Deelnemers vinden het ook niet altijd evident om op basis van de verhalen van mensen naar een meer abstracte analyse te gaan en het helikopterperspectief in te nemen. Daarnaast hebben velen schrik voor valse verwachtingen van de mensen bij wie je ervaringskennis ophaalt. Daar werd wel een mogelijkheid gezien in het inzetten van betaalde ervaringskennis. Ook het teruggeven van resultaten aan de mensen die hun stem lieten horen, is belangrijk maar niet evident.

Tenslotte werden ook een aantal structurele problemen benoemd, zoals dat er te weinig middelen worden voorzien om met ervaringsdeskundigheid aan de slag te gaan. En de moeilijkheid dat je lokaal met veel verhalen geconfronteerd wordt die vooral bovenlokaal moeten worden aangepakt.

“De winst die je boekt, door ervaringskennis te integreren in je werking of beleid,
en zo te komen tot gedragen voorstellen, is onmiskenbaar.”

ERVARINGSKENNIS VANUIT GROEPSWERK

In de tweede groep vertelden we over het proces dat doorlopen werd met de beleidsgroep. Vanuit een vaak gehoord thema uit de beleidsbabbels, veiligheid, startten we een groepswerking rond het thema ‘zonder zorgen kind zijn in Nieuw Gent’. We brachten een groep ouders met jonge kinderen samen om naar collectieve ervaringskennis rond dit thema te gaan.
Veel aanwezigen in de groep herkenden het ‘niet weten’: omdat we van onderuit werken, weet je niet op voorhand hoe het zal lopen, wat er zal komen uit de groepswerking. Enkele stipten ook aan dat zij al 20 jaar geleden op dezelfde nagel klopten, rond perspectief van kwetsbare ouders. Consensus was dat het nodig blijft om dit te doen, dat herhaling, zolang er te weinig verandert, nodig blijft.

Tijdens het groepsproces kwamen verschillende zaken aan bod:

– We zetten sterk in op groepsvorming, op voldoende tijd, ruimte en nabijheid om op een veilige manier in verbinding te kunnen gaan.

– We nodigden diensten uit die uitleg geven over bepaalde systemen of het beleid. Op die manier brengen we een helikopterperspectief binnen bij de deelnemers.

– We zetten sterk in op gelijkwaardigheid, zowel tussen mensen, als tussen de verschillende kennisbronnen (ervaringskennis, professionele kennis en academische kennis).

Toch kent zo’n groepswerking verschillende uitdagingen. Hoe vind je een goed evenwicht tussen informatie geven en beleidsbeïnvloedend werken? Welke bewoners bereiken we wel, welke niet? Hoe zorgen we voor de randvoorwaarden om wederzijds te leren (bewoners en diensten)? Hoe kunnen we impact aantonen, effect terugkoppelen?

Daarnaast kwamen we ook tot een aantal moeilijkheden bij beleidsmakers en diensten. Hoe zorgen we ervoor dat zij geen eigen interpretatie maken van ervaringskennis maar de verhalen op zich laten bestaan? Hoe komen we tot een gemeenschappelijke ‘taal’ rond gedeelde signalen? Hoe klaren we containerbegrippen zoals ‘veiligheid’ best uit?

“Voor mij is het waardevol dat ik hier al mijn stem kwijt kan.” - mama uit groepswerking

Finaal werden opnieuw een aantal inzichten uit de groepen gedeeld. Zo werd de vraag gesteld of groepswerk zoals we dit hier hebben voorgesteld niet de kern vormt van samenlevingsopbouw? En waarom moet dit expliciet benoemd worden vanuit ervaringskennis? Boeiende vragen om verder uit te klaren. 

Heidi Degerickx van het Netwerk tegen Armoede sloot de dag af: “De Zuidpoort heeft zich opnieuw getoond als een sterk ondernemende en innoverende armoedevereniging die het belang van ervaringskennis, participatief werken (bottom-up!) en het streven naar dialoog en structurele impact steeds opnieuw met elkaar verweeft. Met hun concept van kruispuntwerken hebben zij terug nieuwe taal gegeven om het belang te duiden van transversaal en integraal werken. Een noodzaak om de armoedecirkel te doorbreken bij gezinsarmoede.”

“Vanuit schuren komt warmte.” - vakgroep Sociaal werk, Hogent

Bedankt aan alle aanwezigen die dag om er een boeiend moment van te maken!

PRESENTATIE

 download als pdf