Referentiebudgetten als kompas voor sociaal beleid

Een tijdje geleden was De Zuidpoort aanwezig in Brussel bij de voorstelling van de nieuwe referentiebudgetten. Daar kregen we uitleg over de veranderingen, maar ook hoe dit een verschil maakt in beleid en praktijk.

WAT ZIJN REFERENTIEBUDGETTEN?

Referentiebudgetten geven aan hoeveel een gezin minimaal nodig heeft om te kunnen deelnemen aan de samenleving. Het gaat dus niet om het absolute minimum om te overleven, maar om een menswaardig leven te kunnen leiden.

Deze budgetten houden rekening met noodzakelijke kosten zoals huur, voeding, gezondheidszorg, kleding, ontspanning en mobiliteit. Ze zijn gebaseerd op de mediaan huurprijzen en berekend via ‘korven’ van producten en diensten die instaan voor basisbehoeften zoals gezondheid en autonomie. Bv: voor kleding werd gekozen voor gezonde stoffen en het 4e goedkoopste kledingstuk uit een vergelijkende test.

De referentiebudgetten bestaan sinds 2008 en kregen recent een update.

Voorbeelden uit Vlaanderen:

– alleenstaande: €1.594 per maand
– alleenstaande ouder met een kleuter: €2.033 per maand
– koppel met 2 kinderen (lager en secundair onderwijs): €3.459 per maand

Wonen (huur, energie, onderhoud) is de grootste kost: bij alleenstaanden en eenoudergezinnen gaat daar gemiddeld 53% van het budget naartoe. Volgens onderzoeker Bérenice Storms kan een sociale woning het referentiebudget met 7 tot 25% doen dalen. Sociale huisvesting is dus een belangrijke bescherming tegen armoede.

MINIMUMINKOMENS TE LAAG

Als organisatie zijn we diep bedroefd over recente beleidskeuzes die ingaan tegen een rechtvaardig sociaal beleid. Al jaren is duidelijk dat de Belgische minimuminkomens ruim onder de armoedegrens liggen. Die armoedegrens wordt statistisch bepaald: 60% van het mediaan inkomen, aangepast aan het gezinstype. Maar dat zegt weinig over wat mensen écht nodig hebben om rond te komen.

Onderzoeker Tim Goedemé (CEBUD) wees erop dat het niet zeker is of mensen met een inkomen op of net boven die grens werkelijk menswaardig kunnen leven. De referentiebudgetten geven een realistischer beeld van wat gezinnen minimaal nodig hebben, op maat van hun samenstelling. Die tonen ook hoe sterk de armoedegrens tekortschiet, vooral bij grotere gezinnen. Huurkosten worden onderschat, en tieners worden in de berekening gelijkgesteld met volwassenen, terwijl die in werkelijkheid meer kosten.

Bij De Zuidpoort zien we dagelijks mensen die leven van een leefloon, een klein pensioen of uitkering. Hun leven draait rond overleven, niet leven. Gezonde voeding, sociale contacten, ontspanning of degelijke kleding zijn vaak onbetaalbaar.

In Vlaanderen zijn bijna 60.000 mensen aangewezen op een leefloon of gelijkwaardig inkomen. De kloof met de referentiebudgetten toont aan dat dit simpelweg niet volstaat. We roepen beleidsmakers op om zich niet te baseren op louter statistische grenzen, maar op wat mensen echt nodig hebben. De referentiebudgetten bieden daarvoor een eerlijk en onderbouwd uitgangspunt.

REFERENTIEBUDGETTEN, DE PERFECTE OPLOSSING?

De referentiebudgetten vormen een waardevol theoretisch kader, maar gaan uit van gezinnen in goede gezondheid, met een degelijke woning en voldoende budgetvaardigheden. In de praktijk is dat vaak niet het geval. Mensen met een laag inkomen wonen vaak in ongezonde omstandigheden, wat hun gezondheid ondermijnt en hen belemmert om andere problemen aan te pakken. Het is dus belangrijk om ook de sociale context mee te nemen in de berekening.

Toch zijn referentiebudgetten een grote stap vooruit ten opzichte van de klassieke armoedegrens, die puur statistisch is. Onderzoeker Tim Goedemé benadrukte dat ze beleidsmakers toelaten om minimuminkomens beter te toetsen. Zo blijkt dat een alleenstaande met leefloon zo’n 200 euro per maand te weinig heeft om menswaardig te leven. Met een huurpremie of sociale woning wordt dat tekort kleiner of zelfs weggewerkt.

Bij grotere gezinnen blijft de kloof veel groter. Een koppel met 4 kinderen dat leeft van 2 leeflonen, komt volgens de referentiebudgetten ruim 1.000 euro per maand tekort – zelfs mét sociale woning. Dit onderlijnt hoe ontoereikend onze huidige sociale bescherming is, en hoe belangrijk het is om beleidsmaatregelen te baseren op realistische referenties zoals de referentiebudgetten.

OPROEP AAN HET BELEID

Met alle informatie rond referentiebudgetten, doen we een warme oproep naar beleidsmakers: 

  1. Verhoog minimuminkomens op tot een niveau dat menswaardig leven mogelijk maakt.
  2. Zet maximaal in op kwalitatieve sociale huurwoningen: dat is dé hefboom om armoede structureel aan te pakken.
  3. Maak het gebruik van referentiebudgetten standaard binnen OCMW’s en andere hulpdiensten zodat iedereen een menswaardig leven heeft.
  4. Hanteer een menselijke blik: referentiebudgetten zijn veel genuanceerder dan de armoedegrens, maar blijven een theoretisch minimum gebaseerd op aannames. Medische kosten, slechte huisvesting of gebrek aan steun maken het verschil tussen nét toekomen en kopje onder gaan.

Stad Gent zal vanaf 2026 aan mensen die ‘niet activeerbaar’ zijn (bv. mensen met een laag pensioen of mensen met psychische problemen waardoor werken of werk zoeken moeilijk lukt) Aanvullende Financiële Hulp toekennen tot 100% van het referentiebudget. Een beslissing om toe te juichen! We constateren echter dat veel meer mensen baat zouden hebben bij het optrekken van hun inkomen tot het referentiebudget, zodat ook zij een menswaardig bestaan kunnen leiden. Daarom pleiten wij ervoor om ook de ‘activeerbare groep’ AFH toe te kennen tot 100% van het referentiebudget.

Laurent Nisen, Bérénice Storms, Tim Goedemé
foto's via Thomas More
 download als pdf